

Lotte Lammers
Author
15.10.2026
Heupdysplasie die later wordt ontdekt
Loopt je kind een beetje scheef, hinkt het als het moe is, of heeft je tiener steeds pijn in de lies na het sporten? Dan kan dat passen bij heupdysplasie die pas later is ontdekt. Hieronder lees je hoe je het herkent, wat artsen erover zeggen en wanneer je de heup laat bekijken.
Herken je dit?
Je kind is allang geen baby meer. De controles op het consultatiebureau waren goed, en toch klopt er iets niet. Het valt je op dat je kind een beetje scheef loopt. Of het hinkt als het moe is. Of het waggelt, alsof het lichaam bij elke stap even heen en weer zwaait. Sommige kinderen lopen aan één kant op de tenen. Andere gaan pas laat lopen en blijven daarna ‘anders’ lopen dan leeftijdsgenoten.
Bij wat oudere kinderen en tieners klinkt het weer anders. Je kind zegt dat het pijn heeft in de lies, het bovenbeen of de knie. Na het sporten is het erger en aan het eind van de dag ook. Het kind haakt eerder af bij hardlopen, fietsen of schoolsport, of heeft soms een gevoel van ‘klikken’ of ‘haperen’ in de heup. Misschien kreeg je kind te horen dat het groeipijn is, dat de spieren stug zijn, of dat het ‘wel overgaat’.
Dit kan passen bij heupdysplasie. In vaktaal heet dat ontwikkelingsdysplasie van de heup, afgekort DDH (van het Engelse developmental dysplasia of the hip). Het betekent dat de heupkom te ondiep is die te ondiep is en de heupkop niet goed omsluit. Meestal wordt dat in de babytijd ontdekt. Soms gebeurt dat pas later, en dan kan het zomaar jaren duren voordat iemand naar de heup kijkt.
Als een kind gaat lopen
- Hinken of mank lopen, vooral bij vermoeidheid
- Waggelende gang (eendengang)
- Aan één kant op de tenen lopen
- Een been dat korter lijkt
- Een holle rug
Als een kind actiever wordt
- Pijn in de lies, het bovenbeen, de knie of de bil
- Erger na sport en aan het eind van de dag
- Klikken, haperen of instabiliteit
- Sneller moe, of sport vermijden
- Benen moeilijk wijd krijgen
Wat er precies aan de hand is
De heup is een kogelgewricht: de ronde heupkop past in de heupkom. Bij dysplasie is die kom te ondiep of staat schuin. De heupkop wordt dan maar deels bedekt en kan wat verschuiven of er (bij de ernstigste vorm) helemaal uit staan.
Zo zit de heup
Een heupkom die te ondiep is
Gezonde heup
De kom omsluit de heupkop stevig.
Heup met dysplasie
De kom is ondiep. De kop is maar deels bedekt en kan verschuiven.
Schematische tekening, geen röntgenfoto.
Hoe het zich later laat zien, hangt af van de ernst. Bij een heup die helemaal uit de kom staat, valt het meestal op zodra een kind gaat lopen. Staat één heup uit de kom, dan gaat een kind hinken en kan het verschil in beenlengte opvallen. Staan beide heupen uit de kom, dan zie je eerder een waggelgang en een holle rug. Bij een lichte vorm, waarbij de heup nog wel in de kom zit maar te weinig steun heeft, merkt een kind vaak jarenlang niets. Zo’n heup wordt pas gevoelig als het gewricht zwaarder wordt belast, bijvoorbeeld in de puberteit of bij intensief sporten. Dan komt de pijn in de lies of zijkant van de heup.
Waarom wordt het soms gemist? Een lichte dysplasie geeft geen pijn en is van buiten niet te zien. Het lichamelijk onderzoek in de babytijd, bijvoorbeeld het testen hoe ver de benen spreiden, spoort bovendien niet elke dysplastische heup op. Dat is niemands schuld en zegt niets over de zorg die jij je kind hebt gegeven.
Gaat het om een baby bij wie je asymmetrische huidplooien of een stugge heup ziet? Lees dan onze pagina over congenitale heupdysplasie, die gaat over de eerste levensmaanden.
Wat artsen erover zeggen
Richtlijnen en ziekenhuizen zeggen hier in grote lijnen hetzelfde over:
Het kan zich pas tonen als een kind gaat lopen.
Hinken of waggelen is soms het eerste teken van een heup die uit de kom staat.
Bij oudere kinderen en tieners is de klacht vaak pijn in de lies, die bij activiteit en aan het eind van de dag toeneemt. Soms voelt dat als klikken of haperen. Het wordt regelmatig pas jaren later aan de heup gekoppeld.
Hoe later het wordt ontdekt, hoe ingrijpender de behandeling. Een baby kan vaak met een spreidbroek worden geholpen. Bij een ouder kind is vaker een gips of operatie nodig, en de behandeling duurt langer en werkt minder goed.
Zonder behandeling slijt de heup sneller. De heupkop wordt niet goed gesteund, dus het kraakbeen wordt ongelijk belast. Dat kan al op jonge leeftijd tot slijtage (artrose) leiden.
Het goede nieuws
Ook als het later wordt ontdekt, is er veel te doen. Hoe eerder de heup wordt bekeken, hoe meer mogelijkheden de orthopeed heeft. Bij een lichte dysplasie volstaat soms observatie met aanpassing van de belasting en fysiotherapie.
Wat wij kunnen doen
Heupdysplasie stel je niet vast met een kijkje naar de voeten. De heup wordt beoordeeld door huisarts en kinderorthopeed, met een röntgenfoto van het bekken.
Wat wij wél doen: we kijken naar het lopen. Bij Blije Voetjes maken we een video beweeg- en loopanalyse van de voeten, benen, knieën, het bekken en het looppatroon van je kind. Zien we een zakkend bekken, een waggelende of manke gang of een verschil in beenlengte? Of loopt je kind steeds aan één kant op de tenen, zonder dat dat bij de voeten past? Dan adviseren we je de huisarts te bezoeken en te vragen om de heup te laten beoordelen.
Is de heup al ontdekt en behandeld, dan kijken we naar wat daarna nog speelt. Denk aan een klein beenlengteverschil of een belasting die op de voeten en knieën terechtkomt. Dat ondersteunen we met schoenadvies, een hakverhoging of een op maat gemaakte inlegzool, zodat je kind weer met plezier blijft bewegen.
Wanneer je het beter even laat bekijken
Laat de heup beoordelen als je kind blijft hinken of waggelen, aan één kant op de tenen blijft lopen, een been korter lijkt, of al weken pijn heeft in lies, bovenbeen of knie zonder duidelijke reden. Ook pijn die na sport steeds terugkomt of ‘klikken’ in de heup is een reden om langs te gaan. Pijn die aanhoudt of steeds op dezelfde plek zit, is geen groeipijn en verdient een tweede blik.
Ga naar de huisarts, of bel dezelfde dag: als je kind plotseling niet meer op het been wil staan, koorts heeft bij de pijn, of als de heup dik, rood of warm is. Dat kan iets anders zijn dan heupdysplasie en moet snel bekeken worden.
Laat klachten je kind niet tegenhouden
Blijf niet te lang doorlopen met klachten. Hoe eerder je erbij bent, hoe sneller en makkelijker ze te verhelpen zijn.
Wij helpen je kind graag om weer vrij, pijnvrij en met plezier te bewegen.
Veel gestelde vragen over heupdysplasie bij kinderen:
Tags
Contact
Bij Blije Voetjes Kinderpodotherapie helpen we graag. Wanneer je hiernaast je gegevens achter laat nemen we zo spoedig mogelijk contact met je op.
Of neem direct contact op:
E-mail: Lotte@blijevoetjes.com
WhatsApp: 06 – 12 98 11 79








