

Lotte Lammers
Author
08.09.2026
Pijn in de enkel bij bewegen: enkel impingement bij kinderen
Herken je dit?
Je kind klaagt steeds vaker over een zeurende of stekende pijn in de enkel, meestal tijdens het sporten, dansen of na een training. De pijn zit niet overal, maar op een vaste plek: aan de voorkant van de enkel, precies waar de scheenbeen en de voet samenkomen of juist aan de achterkant, net voor de achillespees. Bij rust is er vaak weinig te merken, maar zodra de voet ver naar boven of ver naar beneden buigt, komt de pijn terug. Misschien is er ooit een keer flink door de enkel gegaan (verzwikt) en lijkt de pijn daarna nooit helemaal weggegaan. Of je kind sport, danst of turnt veel en staat regelmatig op de tenen of trapt met gestrekte voet, en juist dan doet het zeer.
Dit beeld, terugkerende pijn op een vaste plek in de enkel bij het uiterste van de beweging, past bij enkel impingement: een stukje dat aan de voor- of achterkant bekneld raakt tussen twee botdelen of tussen bot en weefsel.
Signalen die je kunt herkennen:
- Pijn aan de voorkant óf de achterkant van de enkel, steeds op dezelfde plek
- Pijn die vooral optreedt bij het uiterste van de beweging: de voet ver naar boven buigen (voorste vorm) of ver naar beneden strekken, zoals op de tenen staan (achterste vorm)
- Pijn tijdens of vlak na het sporten, dansen, turnen of voetballen
- Een enkel die stijver aanvoelt of minder ver beweegt dan de andere kant
- Soms een gevoel van vastlopen, klemmen of “iets dat in de weg zit” bij bewegen
- Vaak een eerdere verzwikking van de enkel in de voorgeschiedenis (bij de voorste vorm)
Wat er precies aan de hand is
De enkel is een scharniergewricht: het scheenbeen en het sprongbeen bewegen langs elkaar wanneer de voet op en neer buigt. Bij impingement is er op een bepaalde plek in dat gewricht te weinig ruimte, waardoor bot, littekenweefsel of gewrichtskapsel bekneld raakt zodra de voet tot het uiterste van de beweging komt. Er bestaan twee vormen, die van elkaar verschillen in plek en oorzaak.
Voorste (anterieure) impingement zit aan de voorkant van de enkel en komt bij kinderen het vaakst voor ná een eerdere verzwikking. Bij het herstel van zo’n verzwikking kan er wat extra littekenweefsel of verdikt gewrichtskapsel achterblijven. Bij volwassenen is een botrandje (een botuitgroei op de rand van scheenbeen of sprongbeen) de meest voorkomende oorzaak, maar bij kinderen is littekenweefsel na een verzwikking veruit de meest voorkomende reden. Dat weefsel raakt bekneld zodra de voet ver omhoog buigt, bijvoorbeeld bij hurken, traplopen of afzetten tijdens het sporten.
Achterste (posterieure) impingement zit aan de achterkant van de enkel, net voor de achillespees, en heeft vaak te maken met een extra botje dat niet iedereen heeft: het os trigonum. Dit is een aangeboren extra botje aan de achterkant van het sprongbeen dat bij ongeveer 1 op de 10 mensen voorkomt, meestal zonder klachten. Rond de groeispurt, wanneer dit botje verbeent, kan het bij herhaalde en krachtige plantairflexie, dus de voet ver naar beneden strekken zoals bij het maken van een “tenenpunt”, bekneld raken tussen het scheenbeen en het hielbeen. Dit zien we daarom vooral bij kinderen en tieners die dansen (spitzen, op de tenen staan), turnen of sporten waarbij veel met gestrekte voet wordt afgezet, zoals voetbal.
Bij beide vormen is de kern hetzelfde: door herhaalde, uiterste bewegingen in de enkel krijgt weefsel dat eigenlijk niet in de weg hoort te zitten, telkens een tik, waardoor het geïrriteerd en pijnlijk raakt.
Hoe het verloopt
Bij kinderen wordt enkel impingement bijna altijd eerst conservatief aangepakt. Rust en het tijdelijk aanpassen van de belastende activiteit (minder ver buigen/strekken, andere training) geven het weefsel de kans om te kalmeren. Vaak wordt dit gecombineerd met ontstekingsremmende pijnstilling (in overleg met de huisarts) en fysio- of oefentherapie, gericht op mobiliteit van het gewricht, kracht rondom de enkel en het afbouwen van littekenweefsel. Bij sommige kinderen helpt tijdelijk tapen of een brace om de uiterste standen te vermijden tijdens het sporten.
Blijft de pijn ondanks een goede conservatieve aanpak aanhouden, dan kan een kinderorthopeed of sportarts een kijkoperatie (artroscopie) overwegen om het bekneld rakende weefsel, het botje of het botrandje weg te halen. Dit gebeurt bij kinderen minder vaak dan gedacht: de meeste enkel impingement bij kinderen reageert goed op rust, oefeningen en aanpassing van de belasting.
Naar de (kinder)orthopeed
Voor de meeste kinderen met enkel impingement is een verwijzing naar de orthopeed niet meteen nodig: eerst wordt gekeken of rust, oefeningen en belastingsaanpassing voldoende verbetering geven. Een verwijzing, meestal via de huisarts, is op zijn plek als de pijn blijft aanhouden ondanks een aantal weken conservatieve aanpak, als de enkel duidelijk op slot lijkt te gaan of doorzakt, of als er twijfel is of er meer aan de hand is dan impingement alleen (bijvoorbeeld een oud niet-genezen botfragment na de verzwikking). De orthopeed of sportarts kan met een echo, foto of MRI-scan beoordelen wat er precies bekneld raakt en of een ingreep zinvol is.
Wat wij kunnen betekenen
Enkel impingement zelf, het weefsel of botje dat bekneld raakt, behandelen wij als kinderpodotherapeut niet: dat ligt bij de fysiotherapeut, sportarts of (kinder)orthopeed. Waar we wél naast je staan, is bij alles eromheen. Met een video beweeg- en loopanalyse brengen we in beeld hoe de enkel en voet van je kind bewegen tijdens het lopen, rennen of afzetten en of een instabiele of doorzakkende voetstand meespeelt in het ontstaan van de klacht. Op basis daarvan geven we schoenadvies en kunnen we, waar dat past, een op maat gemaakte zool inzetten om de enkel tijdens sporten beter te ondersteunen. Soms kan het vrij maken van de bewegingen rondom de voet en enkel door middel van podo-manuele therapie nog goed helpen. Voor gerichte oefentherapie werken we samen met de (kinder-)fysiotherapeut aan de kracht en stabiliteit rondom de enkel, zeker bij kinderen die al eerder verzwikt hebben.
Merken we dat de pijn niet reageert op deze aanpak, of dat er meer aan de hand lijkt dan alleen impingement, dan verwijzen we gericht door naar de huisarts, sportarts of (kinder)orthopeed. Als enige kinderpodotherapeut in de regio zijn we gespecialiseerd in kinderen in de groei en de sportende jeugd. Je hebt geen verwijzing nodig om bij ons langs te komen: je kunt gewoon een afspraak maken.
Wanneer je niet moet wachten
Ga sneller naar de huisarts, of bel dezelfde dag, bij een enkel die na een val of verzwikking niet belast kan worden, een enkel die er plotseling dik, blauw of duidelijk misvormd uitziet, hevige pijn die niet vermindert met rust en pijnstilling, of een enkel die tijdens bewegen echt op slot lijkt te gaan en niet meer terug wil. Deze tekenen kunnen wijzen op een fractuur of een ander letsel dat los van impingement snel beoordeeld moet worden.
Twijfel je of het de moeite waard is om te laten kijken?
Dat is het vaak wel, juist bij aanhoudende pijn tijdens sporten.
Wij helpen je kind graag om weer vrij, pijnvrij en met plezier te bewegen.
Veel gestelde vragen over enkel impingement bij kinderen:
Tags
Contact
Bij Blije Voetjes Kinderpodotherapie helpen we graag. Wanneer je hiernaast je gegevens achter laat nemen we zo spoedig mogelijk contact met je op.
Of neem direct contact op:
E-mail: Lotte@blijevoetjes.com
WhatsApp: 06 – 12 98 11 79








