

Lotte Lammers
Author
28.05.2026
Kind loopt op tenen
Loopt je kind vaak op de tenen? Bij veel jonge kinderen is dat een normale fase die vanzelf overgaat. Toch is er soms meer aan de hand, en dan is het goed om er op tijd bij te zijn. Hieronder lees je wanneer teenlopen normaal is, welke signalen om actie vragen en hoe wij je kunnen helpen.
Kind loopt op tenen: wat het is en hoe vaak
Bij tenenlopen zet je kind de hiel niet of nauwelijks op de grond. Het loopt op de voorvoet of op de tenen. Deze manier van lopen heet ook wel tenengang. Bij kinderen die net leren lopen komt tenen lopen vaak voor.
Meestal is het een fase. Bij de meeste kinderen verdwijnt het vanzelf rond de leeftijd van 2 tot 3 jaar. Blijft het teenlopen langer bestaan, dan kan er meer spelen. Denk aan verkorte kuitspieren of een verkorte achillespees. Meer over andere herkenbare voetklachten bij kinderen vind je op onze klachtenpagina.
Tenenlopen per leeftijd: van eerste stapjes tot schoolkind
Loopt je kind op de tenen, dan hangt het vooral van de leeftijd af of dat normaal is. Wat bij een peuter heel gewoon is, vraagt bij een schoolkind om aandacht. Hieronder lees je per leeftijd wat normaal is en wanneer je het beter laat beoordelen.
Baby en peuter (tot 3 jaar): meestal een normale fase
Kinderen die net lopen, proberen van alles uit. Op de tenen lopen hoort daarbij. Een baby of peuter die af en toe op de tenen loopt, is bijna altijd gewoon. Vaak wisselt je kind dit af met lopen op de hele voet.
Bij de meeste kinderen gaat het teenlopen vanzelf over, meestal rond 2 tot 3 jaar. Loopt je kind van 18 maanden of 2 jaar regelmatig op de tenen, dan hoeft dat op deze leeftijd nog geen reden tot zorg te zijn. Het hoort bij de grove motoriek bij kinderen, die zich stap voor stap ontwikkelt.
Kleuter (3-5 jaar): tijd om mee te laten kijken
Loopt je kleuter van 3, 4 of 5 jaar nog vaak op de tenen? Dan is het verstandig om het te laten beoordelen. Op deze leeftijd zou het teenlopen meestal verdwenen moeten zijn. Laten meekijken is geen alarm. Het geeft je vooral duidelijkheid.
Een vuistregel die soms wordt genoemd, geeft houvast. Loopt je kind minder dan ongeveer een kwart van de tijd op de tenen, dan wijst dat eerder op een gewoonte of een restje fase. Doet het dat veel vaker, dan is meekijken zinvol. Zie dit als grove indicatie, niet als vaste medische grens.
Schoolkind (5-10 jaar): laat het beoordelen
Loopt een schoolkind nog of weer op de tenen, dan is onderzoek zinvol. Bij een kind van 5, 6 of 7 jaar dat blijft teenlopen, kunnen de kuitspieren en de achillespees korter worden. Dat geeft later soms klachten bij sport en gym. Ook bij een kind van 8, 9 of 10 jaar is het goed om de oorzaak te laten onderzoeken. Hoe eerder je erbij bent, hoe eenvoudiger het meestal te behandelen is.
Herkent u dit bij uw kind?
Sommige signalen wijzen erop dat het teenlopen niet zomaar overgaat. Herken je een aantal van deze punten bij je kind, dan is het goed om alert te zijn:
Loopt het grootste deel van de tijd op de tenen (>50%)
Verminderde balans en coördinatie
Vaker struikelen of vallen
Verkorte kuitspieren of achillespees
Pijnklachten in voeten, enkels, knieën of kuiten
Snel moe bij langer lopen of sporten/spelen
Mogelijke oorzaken van tenenlopen
Teenlopen kan verschillende oorzaken hebben. Vaak is er geen duidelijke reden aan te wijzen. In andere gevallen ligt er iets aan ten grondslag dat we goed kunnen behandelen. De meest voorkomende oorzaken zijn:
- Zelf aangeleerde gewoonte zonder duidelijke oorzaak (dit heet idiopathisch tenenlopen)
- Verkorting in kuitspieren of achillespezen
- Beperkte mobiliteit in de enkel
- Neurologische oorzaak (verhoogde spierspanning)
- Afwijkende voet-, knie- of beenstand
- Verminderde spierkracht en stabiliteit
- Sociaal-emotioneel vlak (het “letterlijk op de tenen lopen”)
- Veelvoorkomend bij ADHD, ASS en hoog sensitiviteit
Speelt de stand van de benen en voeten mee, dan bekijken we dat samen met het looppatroon. Ook een verwante voetvorm zoals een holvoet kan invloed hebben op hoe je kind loopt.
Soms zit de oorzaak in de schoenen. Dikke, zachte zolen geven de voet minder informatie over de ondergrond. Daardoor gaan sommige kinderen juist meer op de tenen lopen. Goed schoenadvies maakt hierin verschil.
Tenenlopen en autisme of prikkelverwerking
Veel ouders zoeken op teenlopen en komen al snel bij autisme uit. Dat maakt ongerust. Toch is teenlopen op zichzelf geen teken van autisme. Bij jonge kinderen hoort het gewoon bij de ontwikkeling.
Online lees je hier tegenstrijdige dingen over. De een noemt het volkomen normaal, de ander een alarmsignaal. Dat maakt het verwarrend. Pas als het teenlopen samengaat met andere signalen, bijvoorbeeld in de taal of het contact, is een bredere blik zinvol. Twijfel je? Dan denken we met je mee en verwijzen we door als dat nodig blijkt.
Kind loopt ineens op de tenen? Deze signalen vragen actie
Soms is teenlopen wel een reden om niet af te wachten. De volgende signalen vragen om onderzoek. Zie ze vooral als hulpmiddel, zodat je weet wanneer je belt:
- het teenlopen ontstaat ineens, terwijl je kind eerder gewoon liep
- je kind loopt maar aan één kant op de tenen
- het begint na een val of een ongelukje
- je kind heeft pijn tijdens het lopen
- je kind kan opeens minder dan het eerder al kon
Herken je een van deze punten? Wacht dan niet af, maar laat het onderzoeken. Bij ons kan dat zonder verwijzing. Vermoeden we een neurologische of traumatische oorzaak, dan sturen we je door naar de juiste specialist.
Wat kan de kinderpodotherapeut doen?
De kinderpodotherapeut speelt een belangrijke rol in diagnostiek en behandeling bij tenenlopen. Het in kaart brengen van de oorzaak en beoordeling van de voetstand, het looppatroon, de mobiliteit van de enkel, spierkracht en stabiliteit is belangrijk voor de toekomst. Het voorkomen van blijvende verkorting in de kuitspieren is hierbij van groot belang.
De kinderpodotherapeut kijkt samen met ouders en het kind of een behandelplan nodig is, of dat geruststelling of een afwachtend beleid voldoende is.
Bij tenenlopen werkt de kinderpodotherapeut nauw samen met (kinder-)fysiotherapeuten. Waar de kinderpodotherapeut zich richt op de voetstand, het looppatroon en het gebruik van zolen, ondersteunt de fysiotherapeut bij het versterken van de spieren, het vergroten van de mobiliteit en het aanleren van een nieuw looppatroon. Deze gecombineerde aanpak zorgt voor het beste resultaat voor uw kind.
Indien nodig wordt ook de hulp ingeroepen van een revalidatiearts of kinderorthopeed.
Laat klachten je kind niet tegenhouden
Blijf niet te lang doorlopen met klachten. Hoe eerder je erbij bent, hoe sneller en makkelijker ze te verhelpen zijn.
Wij helpen je kind graag om weer vrij, pijnvrij en met plezier te bewegen.
Veel gestelde vragen over tenenlopen bij kinderen:
Tags
Contact
Bij Blije Voetjes Kinderpodotherapie helpen we graag. Wanneer je hiernaast je gegevens achter laat nemen we zo spoedig mogelijk contact met je op.
Of neem direct contact op:
E-mail: Lotte@blijevoetjes.com
WhatsApp: 06 – 12 98 11 79








